Zaterdag 1 december 2018 mochten we de introductie verzorgen van het paneldebat over de toekomst van de hardfruitsector op de Fructura vakbeurs in Hasselt. Eewoud Lievens presenteerde een aantal voor stakeholders relevante onderzoeksresultaten, en Prof. Erik Mathijs nam deel aan het paneldebat dat daarop volgde. Dat veel actoren uit de fruitsector bezorgd zijn om de toekomst bleek uit de grote belangstelling voor het paneldebat: ongeveer 90 deelnemers tekenden present op een zaterdagochtend.

Fruittelers spreken vaak over de “crisis” in de sector. De belangrijkste actuele uitdagingen die het SUFISA-project identificeerde zijn de sterke concurrentie voor appelen, het verlies van de Russische markt, de grote financiële risico’s eigen aan de hardfruitteelt, het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen en de trend van de introductie van individuele kwaliteitsstandaarden door private spelers, zoals beperkingen op residu’s (MRL en MNR). Daar komt binnenkort de Brexit mogelijks bij.

Ondanks het negatieve discours dat discussies rond de hardfruitsector beheerst blijkt 55% van de fruittelers die aan de SUFISA-enquête deelnam een omzetstijging te willen realiseren op het bedrijf. Gevraagd hoe men deze algemene evolutie wil realiseren, aan de hand van een aantal veel voorkomende strategieën, was het meest voorkomende antwoord “door meer peren te produceren” (46 %). Andere vaak bevestigde strategieën waren het uitbouwen van een nieuw afzetkanaal, het diversifiëren van het aanbod. Maar liefst één derde van de respondenten plant een uitbreiding van het areaal. De interesse voor verzekering tegen marktrisico’s lijkt erg beperkt.

Een belangrijk thema in het debat rond de toekomst van de hardfruitsector – en bijgevolg ook binnen het SUFISA-project – is samenwerking onder fruittelers. 84% van de deelnemers aan de enquête is lid van een producentenorganisatie (PO), en verkoopt zijn fruit dus op collectieve wijze. Een minderheid van de fruittelers verkoopt zijn fruit individueel; dat is dan meestal naar groothandelaars (exporteurs). SUFISA toonde duidelijk aan dat er enerzijds rond de Vlaamse PO’s heel wat controverse heerst, en dat een deel van de PO-leden hun bestuur sterk wantrouwt, en dat anderzijds de meeste fruittelers wel geloven dat samenwerking noodzakelijk is om de grote uitdagingen van de hardfruitsector aan te pakken. Zo vereisen het terugdringen van het overaanbod van Jonagold, en een afremming van de steeds meer verregaande specialisatie in Conférence-peer productie voor export, een sterke coördinatie op sectorniveau. Het dient hierbij opgemerkt worden dat het model van de brancheorganisatie (een samenwerkingsverband van spelers uit verschillende schakels van de keten) nooit echt ingang gevonden heeft in België, terwijl deze in sommige buurlanden wel een belangrijke rol spelen.

Grote PO’s hebben een ledenbestand met sterk verschillende types fruittelers. Dat zo’n heterogeen ledenbestand de organisatie van een PO bemoeilijkt is echter een gekend fenomeen in de literatuur rond coöperatieven in de landbouw. Ontevredenheid bij een deel van de leden hoeft dan ook niet te verbazen. Zo blijkt dat 40 % van de PO-leden geen gebruik maakt van prijsbemiddeling door de PO bij bilaterale verkoop, van het leggen van bilaterale contacten door de PO, of van ondersteuning bij opmaak van contracten. Deze leden zijn veel minder tevreden van hun PO dan leden die wel van deze diensten gebruik maken.

Wat echter ook opviel is de sterke tevredenheid die fruittelers uitdrukken over de verkoopkanalen waar ze gebruik van maken. Zo goed als geen enkele respondent gaf in de enquête aan helemaal niet tevreden te zijn over zijn belangrijkste verkoopkanaal. De helft van de fruittelers die in de eerste plaats op eigen initiatief maar binnen de PO verkopen zijn hierover zeer tevreden. De helft van de fruittelers die in de eerste plaats bilaterale verkoopovereenkomsten heeft met finale afnemers is hierover eerder tevreden. De tevredenheid over veiling via de klok is meer gemengd, maar nog altijd licht positief. Telers die geen lid zijn van een PO en rechtstreeks naar de groothandel verkopen zijn hier over het algemeen eerder tevreden of heel erg tevreden over.

Kortom, coördinatie en samenwerking zijn onontbeerlijk voor een duurzame hardfruitsector in België. Dat er beter gepresteerd zal moeten worden op beide vlakken is duidelijk. Door beter in te schatten wat de verschillen zijn in noden en kenmerken van fruittelers kunnen de verschillende actoren hun prestaties op deze vlakken mogelijks verbeteren.

© Boerenbond