Kan een grondenbank de toegang tot landbouwgrond voor nieuwe landbouwers vergemakkelijken?

Uit onderzoek blijkt dat 3% van alle landbouwbedrijven in Europa meer dan 100 ha landbouwgrond bewerkt, wat overeenkomt met 52% van de landbouwgrond in Europa. Aan de andere kant zijn 75% van de landbouwbedrijven in Europa kleiner dan 10ha, die samen een luttele 11% van de landbouwgrond bewerken. Het is dus duidelijk dat in vele landen in Europa een steeds kleinere groep van landbouwers of investeerders een steeds groter aandeel aan landbouwgrond in bezit heeft. Ook in België en Vlaanderen leeft dit probleem, wat samengaat met steeds hogere grondprijzen, die onbetaalbaar zijn voor jonge nieuwe starters in de landbouw.

Met deze bezorgdheid in het achterhoofd, gaf Fedagrim het ILVO de opdracht om het potentieel van grondenbanken als instrument om de toegang van landbouwers tot landbouwgrond te verbeteren te onderzoeken. In het Ellipsgebouw in Brussel gaven Anna Verhoeve en Elke Rogge meer uitleg over de resultaten. Ze legden uit dat er verschillende soorten grondenbanken bestaan, namelijk private en publieke grondenbanken. Het Vlaamse voorbeeld van een private grondenbank is de vzw ‘De landgenoten’, naar analogie met “Terre-en-vue” en “Terre lien” in respectievelijk Wallonië en Frankrijk. Deze private grondenbanken werken vanuit een bepaalde visie op landbouw, bv. biologische landbouw in de context van de Landgenoten en kleinschalige familiale landbouw in het kader van Terre-en-vue. Het nadeel van deze private grondenbanken is dat hun bereik en impact vrij beperkt blijft, bv. door de Landgenoten werd sinds hun oprichting in 2014 ongeveer 15ha aangekocht, wat verwaarloosbaar is tegenover het totale areaal landbouwgrond in Vlaanderen. Daarnaast heb je de publieke grondenbanken, die ofwel gericht zijn op organisatie, ofwel op regulatie. In Vlaanderen is er de grondenbank van de VLM, die in het kader van inrichtingsprojecten kan onteigenen en een recht van voorkoop uitoefenen. Echter, de invloed van deze grondenbank blijft relatief beperkt. Dit is anders voor de regulerende grondenbanken die werkzaam zijn in Frankrijk, genaamd de SAFER’s (Société d’aménagement foncier et d’établissement rural). Deze grondenbanken hebben echt een regulerende rol en moeten helpen om 10 doelstellingen te bereiken, onder andere het geven van kansen aan jonge landbouwers. In dit opzicht lijken de SAFER’s hun werk te doen, aangezien de gemiddelde verkoopprijs van een hectare landbouwgrond in Frankrijk slechts 6000 euro bedraagt (rekening houdende met het feit dat er heel wat landbouwgrond minder vruchtbaar is dan in Vlaanderen, en in onherbergzaam gebied gelegen is). Op vraag van Fedagrim werd de SAFER grondenbank meer uit de doeken gedaan.

cof

Ten slotte discussieerden de onderzoeksters over de mogelijkheid en wenselijkheid van een dergelijke grondenbank in Vlaanderen. Hierbij moet er nagedacht worden op welke gronden de grondenbank betrekking zou hebben, wie er toegang zou krijgen tot de grondenbank, en hoe we de vastgoedwaarde aan de eigenaars zouden compenseren. Dat laatste staat de implementatie van zo’n grondenbank ongetwijfeld het meest in de weg. Zo zou volgens een studie de verkoopprijs van landbouwgrond in Vlaanderen maximaal 45.000 euro/ha mogen bedragen (de maximale waarde die landbouwers kunnen terugbetalen via landbouwactiviteiten), dit terwijl de gemiddelde verkoopprijs van landbouwgrond in heel wat Vlaamse provincies een stuk hoger ligt. Bovendien zullen de meningen van de verschillende actoren uit het Vlaamse landbouwlandschap over een grondenbank ongetwijfeld ver uit elkaar lopen. De vraag dus blijft op een meer regulerende grondenbank voor Vlaanderen het juiste instrument is om de prijzen te drukken en de toegang van jonge landbouwers tot landbouwgrond te verbeteren. Wordt vervolgd

[/fusion_text][/fusion_builder_column][/fusion_builder_row][/fusion_builder_container]

By |2018-11-23T12:52:18+00:00November 23rd, 2018|Newbie, Uncategorized|0 Comments

About the Author: